Hallo, Ik ben Wouter Tooren

Ik werk als omgevingspsycholoog, informatieontwerper, wayfinding consultant en doe onderzoek naar de effecten van sociale dichtheid op gedrag. Ik woon op een zeilboot. Ik beklim bergen en zeil oceanen. Ik maak mooie dingen. Dit is mijn persoonlijke site. Welkom.

10 | Motor is eruit.

We hebben de motor eruit gehaald. Ik ben blij dat het stinkende beest weg is. Het hijsen ging vlot en gemakkelijk met wat hulp van de werf. Ik heb ook de uitlaat verwijderd en een groot aantal andere motoronderdelen. Stella is nu binnen. We verwijderen al het dekbeslag om volgende maand te schuren en te schilderen. Deze week start ik met de bouw van een nieuwe boegspriet voorop de boot.

Ondertussen ben ik nog steeds aan het nadenken over wat ik met mijn loopbaan zal doen. Ik ga in de loop van dit jaar weg bij De Omgevingspsycholoog. Ik verwacht deze winter een wayfinding project te doen. Daarna is alles open.

Ik heb twee ideeën voor nieuwe bedrijven en een idee voor een onderzoekslaboratorium. Ze hebben weer betrekking op omgevingspsychologie – maar praktischer, nuttig voor alledaagse praktijk en veelvoorkomende problemen. Ik heb de mogelijkheid van een verandering naar klinische psychologie onderzocht. Hoewel het werk bij mij past, en ik denk dat ik mensen echt kan helpen, voelt de toenemende commerciële en bureaucratische overhead beperkend. Het vergt ook een flinke investering, geld wat ik op dit moment liever aan mijn drijvende woning besteed.

9 | De strategie is af voor mijn grootste bewegwijzering project ooit

Afgelopen week heb ik de wayfindingstrategie voor mijn grootste wayfindingklus in vierkante meters afgerond. Het kantoor2023 (werktitel) is een groot kantoorgebouw voor de Vlaamse Overheid. Het gebouw, gelegen in Brussel, België, zal 29 verdiepingen huisvesten en zal bestaan ​​uit kantoren, een restaurant, een fitnesscentrum, een ondergrondse parkeergarage, meerdere koffie bistro’s en een conferentiecentrum. In totaal ongeveer 120.000 m2.

Mijn taak was het ontwikkelen van een strategie om mensen door het gebouw te leiden. Ik analyseerde het gebouw op kenmerken voor wayfinding gedrag en ontwikkelde een functioneel en robuust informatieplan. Ik heb het informatiesysteem ontworpen dat zal worden geïmplementeerd. Vervolgens heb ik voor alle verdiepingen kaarten gemaakt met daarin getekende stroomlijnen (de looproutes), evenals de positie van elk informatie-element in het gebouw. Het was veel werk en ik ben trots op mijn prestatie. Het had niet zo goed kunnen worden zonder de hulp van Caroline Delveaux van Inter en Karen Calcoen, Ellen Vanderelst en Nadine Böve van het agentschap facilitair bedrijf.

8 | Motor is klaar om te hijsen

Ik heb de schroefas van de motor verwijderd. Ook de waterpomp, de versnellingsbak, enkele slangen, bedrading en het bedieningspaneel heb ik eruit gehaald. Zoveel mogelijk olie en koelvloeistof is eruit gepompt. Ik heb de veerpoten losgemaakt die de motor met het chassis verbinden. Het is nu klaar om te worden opgetild. We wachten op de mannen uit de haven om haar met de kraan te hijsen.

Lisa heeft het houtwerk uit onze slaapkamer verwijderd om te schilderen en te schuren. We hebben besloten om deze zomer ook zoveel mogelijk intern houtwerk opnieuw te schilderen. Om dat mogelijk te maken zal de mast moeten wachten. Dat doen we volgend jaar. We hebben ook een voorlopige keuze gemaakt voor een nieuwe elektromotor. Deze komt in de loop van augustus. Volgende klus: het plaatsen van een nieuwe toevoeging aan onze bank en de constructie van houten panelen voor de salon.

7 | Burgerpanels

Ik werd geïnterviewd door Ilse Akkermans, redacteur bij het blad van Vereniging Eigen Huis over de praktijk van participatie opgaven. Vereniging Eigen Huis is er voor iedereen die een huis wil kopen of bezit. Zij streven naar duurzaam en betaalbaar eigenwoningbezit. Hierin vertelde ik praktijkervaringen over participatie sessies.

Je kan een pdf van het artikel hier downloaden.

Ik heb de afgelopen jaren een aanpak gepionierd die lijkt te werken. Die aanpak draait om luisteren, samenvatten, de opgave verkennen en opties bepalen. Ik probeer in kortlopende maar intensieve trajecten problemen op te lossen. Daarbij ervaar ik dat de manier waarop we over dingen denken invloed heeft op hoe we ons emotioneel voelen. We kunnen daarom anders nadenken over problemen, door er op een andere manier over te praten.

Ik maak zoveel mogelijk altijd concreet in ontwerptekeningen en concepten. Dat vind ik essentieel: deelnemers in burgerpanels stimuleer ik na te denken over acceptabele consequenties en er wordt gestemd over oplossingen. Door het concreet te maken verdwijnt de vrijblijvendheid. Je stemt over een (voor)ontwerp, niet een concept idee. Ideeën zijn nuttig, maar tekeningen zijn belangrijker in de architectuur en stedenbouw. Door tekeningen te bekijken ervaren mensen de concrete ruimtelijke consequenties van alle oplossingen. Er ontstaat een gedeeld gedragen risico; het risico om de verkeerde keuze te maken. Door deze afhankelijkheid van elkaar groeit vertrouwen tussen mensen.

Er zijn twee situaties om effectief een burgerpanel (of een participated design) te laten mislukken. Situatie 1: geen gelijke en open communicatie. Delen van de groep die meer informatie krijgen dan anderen erodeert vertrouwen ontzettend snel. Bijvoorbeeld omdat mensen denken dat ze meer- of minder waardig zijn. Situatie 2: alleen inspraak krijgen over de implementatie van een vooraf door een andere partij geselecteerde oplossing, en niet mogen inspreken over welke oplossing er komt.

Beide situatie zijn voor mij niet werkbaar. Het leidt tot de ervaring van controleverlies. Verlies van controle leidt tot stress: mensen voelen zich bedreigd. Als mensen zich bedreigd voelen stoppen deze trajecten.

Er zit een paradox hierin: de overheid zal controle moeten loslaten – hoe dan ook. De overheid kan wel natuurlijk altijd agenderen, adviseren en toelichten. En beleidsmakers doen dit dan ook uitvoerig bij elk overleg. Bij een goed participatietraject ervaren de beleidsmakers en stedenbouwers meer stress dan de burgers die participeren. Dat is voor mij een teken dat het werkt.

Ook die stress mag er zijn. Het zorgt ervoor dat burgers ervaren dat ‘de overheid’ in de praktijk bestaat uit hardwerkende mannen en vrouwen net als hunzelf die proberen de samenleving beter te maken. Burgers kunnen ervaren dat ook voor ‘professionals’ een traject spannend is. Dat vertrouwen opbouwen gepaard gaat met onzekerheid. Voor iedereen.

6 | Uitruimen van de voorpiek

Onze zeilbootrenovatie is onderweg. Vorige week hebben we de voorpiek geruimd. Er zat veel verrot hout in het ruim. We laten de ruimte nu goed drogen. Tijdens de zomer herbouwen we de voorpiek met nieuw multiplex en glasvezelpanelen. We voegen isolatie toe, nieuwe led-verlichting, een nieuw eiken bureaublad (dit wordt onze studeer / logeerkamer), een watertank van 150 liter en centrale verwarming. De lambrisering zal terugkeren zoals het was.

Ook hebben we vorige week onze tafel in de salon verwijderd. Dit geeft ons betere toegang om een nieuwe toevoeging aan de bank te bouwen. In de zomer maken we een nieuwe tafel van iroko hardhout.

De volgende stap is het verwijderen van de oude dieselmotor.

5 | Inspired by Wouter Tooren

Kees de Graaf deed een interview met mij en Frank Vonk voor ontwikkelaar AM. Kees is een professionele schrijver en redacteur. Hij schrijft over stedenbouw en architectuur. Frank is landschapsarchitect en ontwikkelaar voor AM. Ik heb eerder met Frank samengewerkt voor AM, wat een prettige ervaring was. Het interview was een leuk en onderhoudend gesprek over omgevingspsychologie en participatief ontwerp.

Je kan het resultaat hier online lezen, een downloadbare pdf is hier voor je beschikbaar en een Engelse vertaling voor je internationale collega’s is hier te vinden.

AM is een Nederlandse ontwikkelaar. Ze proberen inspirerende en duurzame leefomgevingen te maken. Ik heb eerder al enkele inspiratiesessies met ze gedaan over het bevorderen van welzijn in stedelijke omgevingen. Daaruit is de publicatie: geluk zit in een klein boekje ontstaan. Ik kan goed samenwerken met AM omdat ze sociale uitdagingen centraal stellen in hun ontwikkelingsproces. Ze richten zich op het ontwikkelen voor duurzaamheid, inclusiviteit, gezondheid en geluk. Dat zijn thema’s die ik ook belangrijk vind, daardoor is er is een natuurlijke flow in onze conversaties.

4 | Een dankbriefje

I ontving dit bericht vandaag. Het gaf me een warm gevoel.

Het is een tijd terug dat wij met elkaar in aanraking zijn gekomen. Ik heb in 2014 (of 2015, daar wil ik van af zijn) aan de UvA het vak omgevingspsychologie bij jou gevolgd. Ik vond dat destijds al een onwijs interessant vak om te volgend, maar ik realiseerde me pas de afgelopen maanden hoe zeer het de rest van mijn studieloopbaan en de start van mijn carrière heeft gevormd. Ik vind het leuk om dat eens met je te delen. Want ik kan me voorstellen dat je daar moeilijk zicht op hebt, nadat studenten het laatste tentamen gemaakt hebben.

Ik heb drie jaar omgevingspsychologie gedoceerd aan de Universiteit van Amsterdam. Ik geef nu af en toe gastcolleges en word soms gevraagd als beoordelaar bij het afstuderen van studenten. Door dit bericht realiseerde ik me hoe leuk ik lesgeven vind.

3 | Plekken voor nieuwe dialogen

Ik werk als deskundige met CIVIC architecten aan een onderzoeksopgave voor het verkennen van ontwerpmogelijkheden voor nieuwe plekken voor politieke debatten, gesprekken en protesten die buiten de traditionele raads- en parlementszalen plaatsvinden. en in belang lijken toe te nemen. Ik had vandaag een bijzonder onderhoudend gesprek met Gert Kwekkeboom over mogelijkheden voor deze plekken. Eerst een introductie van het project:

Het project ‘Scenes for new dialogues’ heeft als startpunt de these dat ‘de burger’ méér en ánders gehoord en betrokken wil worden bij de besluitvorming van bestuurders. De vraag is of onze traditionele ruimtes voor politiek debat -stadhuizen en parlementen- daarvoor (nog) geschikt zijn of te traag mee veranderen met de behoeftes in de maatschappij.

Tegelijkertijd onderzoeken we kansen voor verbetermogelijkheden voor beter ontwerp. Of zijn fysieke plekken voor debat eigenlijk al achterhaald, in een samenleving waar verreweg de meeste hoeveelheid discussie zich online voltrekt? Een ruimte voor debat hoeft ook niet perse meer een fysieke ruimte te zijn. Maar ook dan is de vraag hoe zo’n virtuele ruimte functioneert en eruitziet.

Een greep aan discussielijnen die we (onder andere) hebben verkend in ons gesprek van vandaag:

De sensecape van een debatruimte. Het ruimtelijk ‘regime’, of de ‘atmosfeer’ van de plek is sturend voor een gesprek of debat. Is de ruimte bijvoorbeeld te donker of te licht, open of gesloten, vriendelijk of intimiderend, galmt het of niet? In ons gesprek focusten we op de noodzaak voor balans van prikkeling. Specifiek zochten we mogelijkheden om ruimten aan te passen op de omvang van de aanwezigen (de sociale dichtheid) en de intensiteit van het debat. Door te spelen met prikkeling op een subtiele manier kan de ruimte intenser of juist meer rustiger overkomen. Dit geeft mogelijkheden aan een voorzitter om een gepast prikkelniveau te zoeken voor een constructieve uitkomst van een bijeenkomst.

De verhouding tussen openheid en geslotenheid, intensiteit en relaxatie. We realiseren ons dat voor een goed functionerende democratie de mogelijkheid voor overleg en ontmoeting essentieel is om tot compromissen te komen. Door a la Herzberger een mix van open en gesloten plekken te maken, kunnen mensen beschikken over meer of minder privacy. Daarnaast is het belangrijk dat de ruimten rondom de gespreksruimten de aandacht en de energie van aanwezigen kan herstellen. Debatten kunnen een intense aangelegenheid zijn. Als de pauze- en tussenruimten kunnen meewerken aan het herstellen van ‘energie’ stijgt de kwaliteit van gesprekken en is er minder hinder van stress – zo is althans onze theorie.

Identiteit als weerspiegeling van de samenleving. Stadhuizen zijn vaak zo ontworpen dat ze neutraal overkomen, een grondcultuur proberen te activeren uit de lokale flora en fauna (een rieten dak) of een historische kwaliteit weerspiegelen. Deze identiteitskeuzes hebben voor een deel van de bevolking geen noemenswaardige associaties of herinneringen. De architectuur is daardoor niet spraakmakend – het trekt mensen niet aan omdat het niet gedeelde waarden vertegenwoordigd. In zekere zin is het een ‘waardeloze’ plek. Het idee dat we verkenden was dat voor een beter functionerende ‘debattempel’ de plek aanspraak moet maken op een bredere set subculturen die Nederland rijk is – en minder een appel moet doen op alleen de blanke, hoogopgeleide middenklasse cultuur.

Centraliteit in stadsleven: verlagen van de drempelwaarden. Voor een goed functionerend overheid is inspraak en medezeggenschap steeds belangrijker. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de presentatie van het rapport van de commissie Brenninkmeijer op 21 maart. In dit rapport over de rol van burgerfora in klimaatbeleid gaven zij aan dat inspraak en medezeggenschap op vroeg niveau onontbeerlijk is om goed ingepast beleid te maken en daarna te realiseren. Door een debatplek ook als een plek voor reflectie, inspraak en discussie te bezien kunnen fora maken die gefocust zijn op coöperatie, in plaats van competitie.

We bedachten dat de drempelwaarde van deze plek zo laag als mogelijk moet zijn om goed te kunnen laten werken zodat een breed deel van de bevolking zich erkend en geroepen voelt om binnen te komen. Fora kunnen daarom in stadscentra staan waar ze zijn verbonden aan actieve looproutes. De ruimten zijn geïntegreerd in het stedenbouwkundige weefsel – vergelijkbaar met de passage van vroeger. Het kunnen semiopenbare plekken worden waar mensen makkelijk kunnen in- en uitlopen. Plekken met een hoge mate van toegankelijkheid en gastvrijheid. Hier ligt mogelijk ook een rol voor het uitbreiden van het takenpakket van de bibliotheken, omdat deze gebouwen dezelfde kwaliteit zoeken.

We zijn op zoek naar locaties om in 2023 expositie te kunnen organiseren, eventueel aangevuld met discussies en debat. Tevens zijn we op zoek naar gemeenten die zich geraakt voelen door het thema en betrokken willen worden bij het onderzoek. Ben je werkzaam bij een gemeente als wethouder, raadslid, beleidswerker of anderzijds, en is dit passend voor jouw gemeente? Dan hoor ik het graag en neem ik contact op om breder de opgave met je te verkennen.

2 | Stella is uit het water

Stella hangt in de kraan.

We hebben Stella uit het water gehaald. Eerst hebben we haar radar, windmolen en giek verwijderd. Een kraan hees haar mast, daarna haar lichaam. Het is altijd een vreemde ervaring om alles wat je bezit in twee hijsbanden een paar meter in de lucht te zien hangen. Alle 12.000 kg glasvezel, metaal en bedrading samen met wat kleren, boeken en iPad of twee.

Een renovatieproject om haar mooi te maken begint volgende week. De komende zes maanden wordt Stella geschuurd, geverfd en gecoat. Haar tuigage wordt vernieuwd. We voegen een nieuwe aanwinst toe aan haar salon, een nieuwe kombuis, een nieuwe badkamer en een studeer / logeerkamer. We eindigen met een nieuwe cv-installatie en een boiler. Yeah. Ze zal er mooi uitzien.

1 | De uitdaging in het beperken van je reikwijdte

Ik verdien mijn brood als onderzoeker, ontwerper en adviseur. Drie verschillende rollen die ik speel om mensen te helpen. Alle drie de rollen vereisen een vorm van ondernemerschap. Dat betekent risico’s nemen.

Ondernemerschap is het creëren van waarde. Om waarde te creëren, help of begeleid ik mensen bij het aanbrengen van veranderingen. Er gaat iets niet goed. Het moet beter gaan. Daarom moet er iets veranderen. Mensen komen bij mij voor advies over welke verandering nodig is.

Ik denk dat de meeste veranderingen die ik promoot ten goede zijn. Maar er is geen enkele garantie dat alle veranderingen zullen werken. Ik heb geen controle over alle factoren die erbij betrokken zijn. Elke verandering is een risico. Een risico op mislukking. Ik moet beoordelen of dat risico laag of hoog is.

Dit heeft een inherente uitdaging, ik noem dit de uitdaging van het beperken van je reikwijdte. Ik wil waarde creëren. En als er iemand naar mij toe komt, is dat een kans om waarde te creëren. Maar de uitdaging in het beperken van je reikwijdte, betekent nee zeggen tegen sommige kansen. Dat is contra-intuïtief, waarom zou ik een mogelijkheid om te helpen opgeven? Is helpen niet juist mijn doel?

Maar als ik mijn reikwijdte beperk, hebben die mogelijkheden waarop ik wel inga een grotere kans om te leiden tot echt zinvolle veranderingen. Daarom zal mijn algehele succesratio hoger zijn, omdat minder kansen uitmonden in een mislukking.

Dat is de uitdaging van het beperken van je reikwijdte: om te helpen met zinvolle veranderingen, moet je vaak nee zeggen. Als je dat doet, eindigen meer projecten met succes. Meer mensen zullen je dan ook hun probleem aanbieden. Mond op mond. Een hoge algehele succesratio door een beperkte reikwijdte, betekent dat je nog vaker nee moet zeggen. Zodat ik minder mensen kan helpen. Maar mijn werk is zinvoller. Uiteindelijk heb ik meer waarde gecreëerd.